Verlangen naar wat we niet hebben en onbereikbaar is |
|
|
|
|
zondag 04 december 2011 09:29 |
|
Het is een mooie dag. Dat winter is definitief ingevallen. Vanochtend heb ik het ijs van mijn voorruit mogen krabben. De kou kraakt in de stralende lucht. Gortdroge lucht. Ik wordt er wat licht in het hoofd van. En ik rijd over de dijk. En kijk uit over de mistige uiterwaarden. Flarden mist drijven voorbij.
Het is een prachtige locatie. Dat had Maarten al gezegd. Ik had het ook op de uitnodiging gezien. Een oud koetshuis, naast een donjon. Er wappert een trotse bedrijfsvlag op. Wit vlak, paarse, majestueuze letters. Een lelie - het bedrijfslogo -, de bedrijfsnaam, en de pay-off “Teksten die deuren openen die voor anderen gesloten blijven”. De grote staldeuren staan, uiteraard, uitnodigend open. Je kan zien dat men oog voor imago heeft. Er staat een prachtige old-timer voor het pand. De receptie is met teak-hout afgewerkt.
“Waar kan ik Maarten vinden?”, vraag ik de receptioniste, die haar rode haar in stijl draagt: in haar nek is er een hap uit het kapsel gesneden en in haar vrijgekomen nek heeft ze een roos laten verven. Een rood-paarse roos. Ze kijkt me vriendelijk aan, alsof dit haar huiskamer is, zo vertrouwd. “Goedemorgen. Goed dat u er bent. U moet de offerte-specialist zijn.” Ik knik, blij dat ik verwacht en herkent wordt. “Loopt u even met mij mee? Dan breng ik u naar de vergaderruimte.” Ze glimlacht en pakt mijn hand en leidt me naar de massieve deur in de gang. “Hier. Ik hoop dat u het voor elkaar krijgt...” Ik knik, nog maar eens, want het is niet de vraag òf we het voor elkaar maken maar eerder hoe we dat gaan doen. Ik bedank haar vriendelijk.
|