|
dinsdag 23 november 2010 08:31 |
“Hebben ze al zo’n Q-sessie gehad bij die uitgever?”, vraag ik hem, om hem aan te sporen. “Jazeker”, zegt hij, “Ik was er zelfs bij. Het was eergisteren. En weet je wat? Ik had die blog van jou meegenomen. Over humor als succesfactor voor de sales.” Hij kijkt me glunderend aan, en gaat maar door. “En ik had voorgesteld dat we voor de nieuwe salescampagne een punch line moesten verzinnen die de doelgroep van hun bladen midden tussen de ogen moest raken. Niet met catchy slogans en passende beelden. Maar letterlijk met een punch line, een goede grap.” Hij neemt even de moeite om me goed aan te kijken. “En weet je wat er volgende week in de reclame komt te staan? De boekhouder kwam ermee.” ”Nou?” vraag ik. “Wel”, draagt hij voor, “Komt een man het café binnen. Met een eend onder zijn arm. Zegt de barman: “Hé, wat doe je daar met een varken?”. Zegt de man: “Een varken? Wat heb jij tijdens de biologieles zitten doen? Kan je niet zien dat het een eend is?”. Zegt de barman: “Stil jij! Zie je niet dat ik het tegen die eend heb?”. “En zo gaan we elke week een andere grap verzinnen, of een andere manier van verkopen.” Ik moet er wel om lachen. Dat onorthodoxe. “Prachtig!”, zeg ik, “Ik zie al voor me dat ik dat ook zou doen als ik weer een gesprek bij een mogelijke nieuwe klant zou hebben. Gewoon een grap vertellen. En niet eens over mijn werk beginnen. Zou de beste man of vrouw daar niet van uit het lood geslagen worden?”, vraag ik Bas. Maar ik weet het antwoord al. En ja hoor: daar zegt hij het ook. De l-en zijn al wat dikker. “Lluister, Jan, als die man of vrouw met jou in zee will, doet die dat allleen maar als die jou ziet zitten. Als een toffe kerell. Ze weten alllang dat je iets van je vak weet. Ze willlen alleen maar weten of het ook kllikt.”
|