|
dinsdag 07 juli 2009 17:39 |
|
“Ik weet niet helemaal meer waar het over gaat”, zegt ze vriendelijk. Maar uit haar gezicht spreekt ongeloof. Ik ben hier voor een interview. Eigenlijk niet met haar, maar met haar man. Een stevige ondernemer. Haar man is er nog even niet. Hij is nog even op de zaak, want, “Er heerst economisch ontij – en dan moeten alle hens aan dek”, zo zei ze bij binnenkomst. Ze nam mijn jas aan en schonk koffie. “Nog geen week geleden, zijn we een paar dagen naar Zuid-Duitsland geweest. Voor de vakantie natuurlijk, nu de kinderen even vrij van school hadden. Maar natuurlijk ook om er even uit te zijn. Op de bergen was alles natuurlijk mooi en leuk: veel bergen en mooie afdalingen”, vertelt ze door. “We zijn zondag teruggereden – en dan is hij in zijn element – op de Duitse snelwegen kun je lekker doorplanken. En naarmate de Autobahn verder vordert zag ik die recessiekramp in hem terugkruipen. We hadden het plan om er acht uur over te doen maar het is veel minder geworden. We zijn maar een keer gestopt. Snel de tank vol. Ik mocht nog net plassen en toen meteen weer de kar in. De kinderen moesten zelfs maar in een fles plassen. Hoe dichterbij we kwamen, hoe minder hij te houden was. En we hadden de koffers nog niet uit de auto getild of mijnheer moest naar de zaak. Om toch even te checken wat de resultaten van de afgelopen week waren en welke missers die idioten van verkopers deze week wel niet weer gemaakt hadden.” Ze zit duidelijk op haar praatstoel. Ze praat met zelfspot maar kijkt me veel meer gespannen aan dan bij het verhaal hoort. Ze knippert geen moment met haar ogen.
[wordt vervolgd]
|