|
Voor ik weer ik gevats terug kon zeggen was de tweede spreker aan de beurt. Een concurrent van mijn vriend, maar van een heel andere soort. Ik kende hem: hij was twee jaar terug vanuit de autoverkoop in de functie van accountmanager duurzaamheid gerold. Het ging allemaal niet zo diep bij hem. Maar wel een gestaald kader qua verkoop. Dat bleek ook wel uit de gelikte presentatie. De bijeengekomen ondernemers werden met bedreigende feiten bestookt: “Weet u wel wat er aan gemeentelijke regelingen aan zit te komen, en hoe uw concurrentiepositie in het geding is?” Hij bouwde zijn betoog goed en met een logische precisie op. Hij liet de mensen geen ruimte om te ontsnappen. Hij was dan ook zeker van zijn zaak, en ja: zijn presentatie rolde als een trein. “Zo glad hoeft het nu ook weer niet”, hoorde ik mijn buurman mompelen.
Maar er gebeurde hier iets interessants. Toen de tweede spreker aan het einde kwam had hij natuurlijk ook zijn pitch: een betere, een gladdere, en ook hij wilde zijn kaartje ruilen tegen de dat van de aanwezige ondernemers, maar hij ging een stap verder. Hij liep de zaal in, naar mijn buurman, en gaf zijn kaartje aan hem, en eiste zijn kaartje op en vroeg hem publiekelijk dat hij morgenmiddag een afspraak met hem wilde. Mijn buurman was duidelijk niet gecharmeerd van de man. Hij had eigenlijk zijn kaartje niet willen geven, en voelde zich te kakken gezet. Hij stond op, keek op het kaartje en zei: “Beste mijnheer accountmanager, als u het niet erg vind wil ik helemaal geen afspraak met u.” De verkoper antwoordde boos: “Dus u zit hier gewoon een uur te luisteren en onderneemt helemaal niets? Wat bent u voor een apathische man” Ik hoorde dat de zaal dit duidelijk niet pikte. Mijn buurman kwam net over het rumoer heen en zei vastbesloten: “Weet u, ik wil eigenlijk best iets aan duurzaamheid doen. Maar ik wil dat helemaal niet met u doen. Ik ga dan liever een uur praten met onze eerste spreker. Die heeft wellicht zijn presentatie niet op orde maar hij weet wel waar hij het over heeft en is duidelijk gedreven. U steekt alleen een voorgeprogrammeerd praatje af”. Er zwol een overtuigend applaus aan. Ik stond op en applaudisseerde mee. En liep stralend naar mijn vriend toe en wenkte mijn buurman, die kwam eraan lopen en begreep nu pas hoe de vork in de steel zat “Nu we het toch over goede reclame hebben…”, zei ik, “daar is maar een ding voor nodig: passie!”.
|