|
donderdag 03 juni 2010 07:30 |
|
Vijf over tien. Ik kom gehaast, net uit de file, de werkkamer in. Ons hok mag geen naam hebben. Wat zal het zijn? 5 bij 5. Twee bureaus. Twee oude computers. Een vergeelde repro aan de muur. Planten die een duidelijk niet vaak water krijgen. Maar om het goed te maken hebben we er twee majesteitelijke paarse sofa’s ingezet en een antiek salontafeltje, met gekrulde poten. En dan natuurlijk een goed expresso-apparaat en een ruim gevulde doos met exotische thee soorten.
Mijn compagnon is al helemaal in de werkstress. Hij heeft een roodharige jongeman op bezoek. Ik ken hem niet. Ik val duidelijk midden in het gesprek. Ze kijken niet op of om.
“…Weet je wat is, het is net als op het slipcircuit”, hoor ik mijn compagnon debiteren. Hij draait met zijn handen en buigt zich voorover. “Als je eenmaal in de adrenaline zit, dan denk je niet meer. Je schakelt, draait aan het stuur en voelt je hart in je keel kloppen”. Zijn hand houdt de koffiekop stevig in de greep. Hij heeft witte knokkels. “En je weet dat het asfalt kletsnat is, dat je bijna geen grip hebt en dat je doel maar een doel hebt: … om die paal niet te raken. Dat is het enige waar je mee bezig bent. Geen ongeluk maken. Maar toch…” Hij houdt zijn adem in, en kijkt strak voor zich uit. “Toch wat…?”, de roodharige kijkt hem gespannen aan. [wordt vervolgd]
|